Zwembadperikelen

Huid- en slijmvliesklachten bij zweminstructeurs en bezoekers van gechloreerde zwembaden geven geregeld aanleiding tot (pseudo)epidemieën (Neering et al, 1977; Rycroft RJG, 1983; Loughney et al, 1998; Jacobs et al, 2007). De praktijk in Nederland wijst uit dat bij het oplossen van deze problemen de bedrijfsarts vaak niet wordt betrokken. De kans is dan echter groot dat op basis van onjuiste medische diagnoses, onjuiste conclusies getrokken worden met betrekking tot de oorzaak, met onjuiste interventies als gevolg. Twee voorbeelden:

Een bedrijfsarts van een gemeentezwembad vraagt via de helpdesk advies nadat het zwembad is gesloten in verband met roodheid, jeuk en oogklachten bij zweminstructeurs en bezoekers. Via de Polikliniek Mens en Arbeid (PMA) wordt een onderzoek gestart met vragenlijsten, spreekuur op locatie, werkplekonderzoek, en daarna met contactallerlogisch onderzoek, proefduiken en telefonisch consultatie voor bezoekers met klachten. Driekwart van de zweminstructeurs bleek klachten te hebben, voor het merendeel urticaria (jeukbulten) en conjunctivitis (ooglidontsteking) hoogstwaarschijnlijk veroorzaakt door broomhoudende trihalomethanen door gebruik van onjuist zout voor elektrolyse. Daarnaast werd bij drie zweminstructeurs een contactallergie geconstateerd, eenmaal voor het zwemwater en tweemaal voor het aluminium in het vlokmiddel. Na vervanging van het zwemwater, de zand-, ureum- en koolstoffilters en het zout kon het zwembad na negen maanden worden heropend.

In het tweede zwembad was men er snel bij. Drie dagen na sluiting in verband met soortgelijke klachten werd een projectgroep geformeerd die opdracht gaf tot een zelfde aanpak als bovenbeschreven. Bij de helft van het personeel bleek sprake van werkgerelateerde urticaria, irritatief en allergisch contacteczeem, rhinitis, conjunctivitis en astma, te duiden als beroepsziekte. Na onmiddellijke vervanging van zwemwater en filters kon na een maand het zwembad worden heropend zonder reputatieschade.

Een snelle aanpak is ook kosteneffectief: de uiteindelijke kosten in het tweede voorbeeld bedroegen slechts 20% van de kosten van het eerste zwembad.

Bron: Beroepsziekten in Cijfers (BIC 2012): www.beroepsziekten.nl